Nieuws
17 februari 2011

Emigratie melkveehouder beëindigt leveringsplicht niet

Een melkveehouder staakte begin november 2005 zijn melkleveranties en zegde bij brief medio december 2005 zijn lidmaatschap bij de zuivelcoöperatie op. De zuivelcoöperatie stelde zich echter op het standpunt dat het lidmaatschap op grond van de statuten niet eerder kon worden opgezegd dan tegen 31 december 2006. Vervolgens legde zij de melkveehouder conform de statuten een boete op van € 125 per dag, met een totaal van € 41.750. De coöperatie verrekende de boete met het nog aan de melkveehouder toekomende bedrag aan ledenkapitaal en melkgeld. De melkveehouder was het hiermee niet eens en stapte naar de rechter.

In de rechtszaak stelde de melkveehouder dat hij zijn werkzaamheden in november 2005 had gestaakt, zodat per die datum zijn lidmaatschap van de coöperatie was beëindigd en hij geen leveringsplicht meer had. Weliswaar had zijn zoon een melkveehouderijbedrijf in Duitsland overgenomen, maar bij dat bedrijf was hij niet daadwerkelijk betrokken en bovendien wist hij niet dat de statutaire leveringsplicht een grensoverschrijdende verplichting was. De melkveehouder was blijven wonen in Nederland en verrichtte geen werkzaamheden op het bedrijf van zijn zoon, maar had slechts een adviserende rol. Er was echter wel een samenwerkingsverband, waardoor hij volgens de rechter wel juridisch betrokken was bij de onderneming. Daarnaast lag het melkveehouderijbedrijf van de zoon in het werkgebied van de zuivelcoöperatie. De leveringsverplichting liep daarom door tot 31 december 2006. Volgens de rechter was daarom de boete terecht opgelegd.

Moraal van het verhaal is dat u in voorkomende gevallen goed moet nagaan wat er in de statuten van uw coöperatie staat. Tijdige melding van het staken van het melkveehouderijbedrijf had in dit geval het opleggen van de boete kunnen voorkomen.

Deel dit berichtvia e-mail





Reacties

Er nog zijn geen reacties.

Uw reactie

Reageren? Deel hier uw mening. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.