Wetsvoorstel personenvennootschappen wordt ingetrokken
Na een doorgaans rustige vakantietijd bereiden de fiscaal juristen zich begin september langzaam voor op de plannen van het kabinet zoals die op de derde dinsdag gepresenteerd zullen worden. Iedereen is in afwachting van de aangekondigde bezuinigingen, nivellering en de impact van een mogelijk Grieks faillissement op de Nederlandse begroting.
In de eerste week van september kregen we echter als donderslag bij heldere hemel - wel typerend voor deze zomer - het bericht van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie dat hij voornemens is het wetsvoorstel personenvennootschappen in te trekken. Na wederom een kritisch commentaar op dit wetsvoorstel en de noodzaak daarvan , ditmaal van de vaste commissie voor Justitie, is de minister tot de conclusie gekomen dat de doelstelling van deze wetgeving, het faciliteren van ondernemers, in dit wetsvoorstel onvoldoende tot zijn recht komt.
Het wetsvoorstel heeft tot op heden weinig steun gekregen van de beoogde gebruikers , de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf , die blijkbaar geen behoefte hebben aan die nieuwe regels en de daarmee gepaard gaande kosten. Hierbij wordt de minister gesteund door de standpunten van VNO-NCW en MKB Nederland, die dit onlangs nog aan de minster hebben bevestigd.
Zonder in te gaan op de juistheid van dit besluit, valt nog maar te bezien of intrekking van dit wetsvoorstel echt voorkomt dat de ondernemers onnodige kosten moeten maken in dit kader. Mede op basis van dit al jarenlange aanhangige wetsvoorstel – het oorspronkelijke wetsvoorstel is ingediend in 2002 – zijn er in ondernemend Nederland de afgelopen jaren namelijk al flink wat kosten gemaakt.
Zo is onder andere de vastgoedmarkt, met zijn CV’s en maatschappen, de afgelopen jaren druk doende geweest zich voor te bereiden voor een herstructurering op het moment dat het wetsvoorstel in werking zou treden. Met name de mogelijkheid van rechtspersoonlijkheid voor een openbare vennootschap heeft daarbij een rol gespeeld. Ook in de advieswereld is de afgelopen tijd veel werk gemaakt van de op handen zijnde wetswijziging. Denk alleen maar aan de vele cursussen, lezingen en publicaties rond het aanhangige wetsvoorstel om de adviseurs en hun klanten voor te bereiden op de nieuwe regels.
Maar ook in de agrarische sector - met van oudsher veel (stille) maatschappen en grote belangen in onroerende zaken – is de afgelopen jaren veel tijd en energie gestoken in de voorbereiding op de aanstaande wetswijziging. Vooral die bedrijven waar sowieso een aanpassing van het contract noodzakelijk was, hebben vaak, speculerend op de mogelijkheden van de nieuwe wet - mede ingegeven door de nieuwe regels van inschrijving in het handelsregister- gekozen voor de vennootschap. Het valt te bezien of deze bedrijven niet toch liever gewoon als (stille) maatschap door zouden willen gaan.
Wat er ook zij van de wenselijkheid van vernieuwing van deze al oude (uit 1838) wetgeving rond personenvennootschappen, de doorsnee ondernemer zit zeker niet te wachten op een wetgevingstraject dat 10 jaar duurt om vervolgens zonder veel omhaal van woorden te worden ingetrokken.
Kees van Laarhoven
Belastingadviseur Ommen



