Successiewet hindert inwonende ouders

De nieuwe Successiewet is nadelig voor ouders die bij kinderen inwonen. Vooral agrariërs zijn hier de dupe van.
Ouders die hun huis hebben verkocht aan de volgende generatie, maar wel blijven wonen in (een deel van) de woning, moeten volgens de Successiewet een huur betalen van 6% van de WOZ-waarde van de woning (op jaarbasis). Voor een woning van € 300.000 betekent dit € 1.500 huur per maand. Wanneer deze huur niet betaald wordt, moet bij overlijden van de ouders alsnog erfbelasting worden betaald over het waardeverschil tussen de waarde bij koop en de waarde bij overlijden.
CDA-Kamerlid Omzigt spreekt van ‘woekerhuur’ en heeft Kamervragen gesteld over de kwestie. Omtzigt stelt in deze Kamervragen tevens aan de orde dat de huurregels in de Successiewet mogelijk in strijd zijn met het puntensysteem dat is ingesteld voor het bepalen van de maximale huur van woonruimte.
Het is goed dat er nu vanuit de Tweede Kamer kritische vragen worden gesteld over deze kwestie. De juridisch adviseurs in de agro-praktijk van Countus worden bijna dagelijks geconfronteerd met de ingrijpende gevolgen van de per 1 januari 2010 gewijzigde Successiewet voor inwonende ouders en hun kinderen. Het is (bijna) niet uit te leggen dat een in het (soms verre) verleden bij de notaris vastgelegde overdracht van de woning ineens, zonder fatsoenlijke overgangsregeling, voor niets is geweest. Doordat de woning bij overlijden van de ouders fictief bij hun nalatenschap wordt opgeteld, vindt er bij het overlijden alsnog heffing van erfbelasting plaats over de dan geldende waarde van de woning. En dat is nu net wat men door de overdracht tijdens leven heeft willen voorkomen.
Reparatie blijkt in veel gevallen onmogelijk: het alsnog betalen van 6 % huur is geen oplossing, ook al zou dit voor de ouders al financieel haalbaar zijn (hetgeen meestal niet het geval is), aangezien de 6% huur-eis geldt vanaf het moment van overdracht. En wie had kunnen voorzien dat de wetgever ineens per 1 januari 2010 deze eis zou stellen?
Het is afwachten of de staatssecretaris van Financiën de (agrarische) inwonende ouders tegemoet komt en de vaak keiharde (financiële) gevolgen van deze ‘overvalswetgeving’ op onderdelen verzacht. Gezien de achtergrond van de invoering van de regelgeving (hogere belastingopbrengst ter compensatie van de lagere tarieven en hogere vrijstellingen in de Successiewet per 1 januari 2010) denk ik dat de kans op dergelijke reparatiewetgeving klein is. Maar wie weet, de wetgever heeft al vaker bewezen de (juridische) praktijk te kunnen verrassen met onverwachte wetgeving. Ik herinner me nog de wijziging van de Successiewet per 1 januari 2010…
Deel deze blog:


